Aanleggen van vloeistofdichte betonvloeren

Op deze pagina vindt u een beschrijving van de technische gegevens inzake het aanleggen van vloeistofdichte betonvloeren.

Komo-keurmerk en/of P.B.V.-verklaring

Aandachtspunten vooraf

Bij vloeistofdichte vloeren speelt onder andere de belasting van de vloer een belangrijke rol. Wanneer sommige delen zwaarder belast worden dan naastliggende gedeeltes, kan scheurvorming ontstaan. Hetzelfde geldt voor trillingen van bijvoorbeeld machines, welke op de vloer zullen worden gebruikt. Een en ander dient vooraf goed in kaart te worden gebracht, zodat bepaald kan worden of extra wapening dan wel dilataties aangebracht dienen te worden om eventuele scheurvorming te voorkomen.

Voordat een vloer wordt aangelegd met een Komo-keurmerk, dient van te voren een bodemonderzoek plaats te vinden, waarbij de 0-situatie wordt bepaald. Na metingen van de drukvastheid van de bodem, dient een constructieberekening te worden gemaakt. Ook de morsproducten welke op de vloer voor verontreiniging zorgen, worden hierin vastgelegd. Aan de hand van deze gegevens kan de betonsoort en millieuklasse bepaald worden. Tevens wordt er naar aanleiding van de morsproducten bepaald welke kit toegepast moet worden.

Niet alleen de betonsoort bepaalt of een constructie vloeistofdicht is, ook het afwateringssysteem met OBAS is hierbij bepalend. Hiervoor dient de installateur te worden geraadpleegd. Let er bij de keuze van de installateur op, dat deze aan de criteria moet voldoen voor het Komo-certificaat.

Een vloer met een Komo-keurmerk moet altijd aangelegd worden met Komo-gekeurde producten.

Aandachtspunten bij diverse verbindingen/bevestigingen

Wand-vloerverbindingen

Bij wand-vloerverbindingen wordt gekeken of het een starre verbinding is, bijvoorbeeld beton op beton of ijzer op beton. Bij deze verbindingen moet op tekening vastgelegd worden hoe deze verbinding vloeistofdicht gemaakt is. Bijvoorbeeld met een kimband of iets dergelijks. Wanneer deze verbindingen toch door krimpscheuren los raken, kan dit meestal worden opgelost door de wand en de vloer over een strook van enkele centimeters te voorzien van een scheuroverbruggende coating, waarbij deze coating bestand dient te zijn tegen de morsproducten.

Bij een werkende wand-vloerverbinding is het gebruikelijk om vooraf foam aan te brengen welke nadien met een driehoekskit kan worden dichtgezet.

Deuren en vloerbeëindigingen

Bij vloerbeëindiging en bijdeuren dient men een opstaande rand van 2% te creëren dan wel dorpels te plaatsen. De dorpels zullen nadien ook met driehoekskit moeten worden dichtgezet. Meestal wordt gekozen om de vloer bij deuren dan wel bij vloerbeëindiging enigszins op te laten lopen waardoor de morsproducten niet van de vloer kunnen aflopen.

Tankopslag/calamiteitenbakken

Bij calamiteitenbakken cq. tankopslag dient men vooraf te berekenen of bij eventueel stuk gaan van de tanks dan wel menginstallatie de vrijkomende producten ruim binnen de vloeistofdichte voorzieningen blijven.

Buizen/kabels en overige bevestigingen

Doorvoeren van buizen en kabels en dergelijke moeten dusdanig worden aangebracht dat de vloeistofdichtheid gewaarborgd wordt. Eventuele oplossingen hiervoor zijn dicht kitten dan wel coaten. Kabels kunnen ook in een verhoogde opstort aangebracht worden of achter een dorpel geplaatst worden, welke nadien afkit word.

Bevestigingen van bijvoorbeeld trappen of hefbruggen kunnen het beste met een chemische verankering aanbracht worden, waarbij het chemische product zichtbaar boven de vloer uitkomt.

Voetplaatjes kunnen het beste direct met het plaatsen afgekit worden, zodat de kit gedeeltelijk onder de plaat zit. Wanneer een en ander vooraf goed ontvet wordt en primer wordt aangebracht, zal dit zonder mechanische beschadiging voor jaren blijven zitten.

Dilataties en kitwerk

Dilataties dienen met een kitvoeg vloeistofdicht gemaakt te worden.

Kitvoegen dienen minimaal 12 mm breed te zijn en 30 mm diep. Dit is inclusief rugvulling. De randen van de voegen moeten voorzien worden van velgkanten.

Bij losse gootdelen dient er op gelet te worden, dat deze met het plaatsen al direct afgekit worden, waarbij de kit zichtbaar tussen de delen afzonderlijk wordt aangebracht en op de voeg ligt. Hiervoor kan eventueel primer worden gebruikt.

P.B.V. (Plan Bodembeschermende Voorzieningen)

Wanneer een vloer onder Komo-keur is aangelegd moet, in bijna alle gevallen, binnen 2 jaar, een P.B.V.-verklaring worden aangevraagd. Als de vloer voldoet, mag de voorziening worden goedgekeurd voor een periode van 6 jaar.

Een vloer kan ook vloeistofdicht aangelegd worden zonder Komo-keur. De condities waaronder deze dan aangelegd wordt zijn vrijwel hetzelfde. Echter de keuring voor toelating tot het verkrijgen van een P.B.V.-verklaring zal direct na aanleg plaatsvinden. De P.B.V.-verklaring is in eerste instantie meestal voor 1 jaar geldig, waarbij na herinspectie een goedkeuring van maximaal 6 jaar kan worden afgegeven.

Definities

VDV Vloeistof Dichte Voorzieningen
PBV Plan Bodembeschermende Voorzieningen
BRL Beoordeling Richt Lijn
OBAS Olie Benzine Afscheider

Voor meer informatie betreffende vloeistofdichte vloeren kunt u contact opnemen met:

Dhr. Ies van de Vossenberg
06 21 58 24 06

Vrijblijvend offerte ?

Vraag nu een scherpe offerte aan